Voorbereiding op de (eerste) crosstriathlon

3 juli 2024 | NIeuws

In dit artikel:

  1. Wat is een crosstriathlon?
  2. Wat heb je nodig?
  3. De afstanden
  4. Tips voor de onderdelen
  5. Tips m.b.t. de omstandigheden
  6. Wat typeerd een crossathleet
  7. Crosstriathlons in het buitenland

1. Wat is dat, een crosstriatlon?

Je eerste crosstriatlon. Of misschien wel: je eerste triatlon. Ooit. Wat is wijsheid? Hoe bereid je je voor? Is een crosstriatlon ‘gewoon’ een triatlon? En als dat niet zo is, wat is dan het verschil? Wat kan je dan verwachten? Laten we de drempel met al deze vragen niet te hoog maken: een crosstriatlon is vooral fun. Het is een triatlon met zwemmen, fietsen en lopen, maar dan avontuurlijker. Zwemmen is bij de crosstriatlon eigenlijk altijd in open water, fietsen doe je op de mountainbike en lopen is eigenlijk trailrunnen. Weinig of geen asfalt dus, maar single tracks, bospaden, mul zand of modderige klei. Als je op zoek bent naar records, moet je niet bij de crosstriatlon zijn. Elk parcours is verschillend. Denk aan de ondergrond: zand op Ameland, klei en modder in Pijnacker, heuvels en keien in het Limburg.

2. Wat heb je nodig voor je eerste crosstriatlon?

Tja, de absolute basis is natuurlijk een MTB, een paar loopschoenen, een zwembrilletje. En het is handig als je een trisuit hebt, dan hoef je je niet om te kleden tussen de onderdelen. De zwemcap krijg je van de organisatie. Als je flatpadels (platte pedalen) op je MTB zet, heb je aan loopschoenen genoeg, daar kun je dan ook mee fietsen. Niks mis mee, ook de freeriders gebruiken ze vaak. En bij dat zwembrilletje kan een wetsuit handig zijn. Verplicht als de watertemperatuur onder de 16 graden komt, maar ook handig als het water warmer is. Tot het moment dat een wetsuit verboden is, dat kan verschillen per wedstrijd, afhankelijk van bijvoorbeeld afstand en leeftijd. Als je geen MTB of wetsuit hebt, kun je die vaak ook huren: bij een verhuurbedrijf of via de wedstrijdorganisatie. Of bij iemand die ze misschien wel heeft. En als je alles bij elkaar hebt: maak een ‘paklijst’, ook handig voor de volgende keer, want die gaat er zeker komen.

3. Hoelang duurt een crosstriatlon?

Eigenlijk zo lang als ervoor nodig hebt. De crosstriatlon kent net als de wegtriatlon een aantal afstanden. Wat kom je zoal tegen: de standaard (hele) afstand die bij XTERRA wedstrijden wordt gebruikt, oftewel 1.500 meter zwemmen, 30K-40K MTB-en en 10 kilometer lopen. De halve afstand: inderdaad de helft van de standaard afstand. En races waar het zwemmen 750 meter is: de sprintafstand. Er zijn in Europa een aantal hele lange afstand crosstriatlon. Dan moet je denken aan een dubbele hele, zoals in de Ardennen in België of aan de XXL in Gasselte, waar het lopen 15K is. Let wel op: de afstanden van het MTB-en en lopen kunnen verschillen, bijvoorbeeld door de ondergrond. Een crosstriatlon in heuvel- of bergachtig terrein is eigenlijk altijd korter dan 40K. Logisch: de hoogtemeters tellen ook mee. Oh ja, en hoe lang duurt ie dan? Dat is helemaal afhankelijk van het tempo dat je hebt. Kies vooral een omgeving die comfortabel is voor je, zeker als het je eerste crosstriatlon is. De volgende keer kan altijd langer, uitdagender en/of onbekender…

4. Tips voor de drie disciplines

Misschien wel het belangrijkste: tips voor de drie disciplines. Allereerst, maar een beetje een open deur, neem de informatie op website van de organisatie en/of atletengids goed door, dan weet je wat je op de wedstrijddag kunt verwachten. Vaak staat daar ook een samenvatting van de NTB-regels in, dat is altijd handig.

Dan als eerste het zwemmen:

  • oriënteren in het open water is een hele kunst, zeker als je eenmaal in het water ligt. Op de kant kon je de boeien nog goed zien, maar in het water lig je een stuk lager met atleten voor je. Kies vanaf de kant altijd een hoger richtpunt in het verlengde van de boei.
  • zwemmen gaat een stuk gemakkelijker als je achter of naast iemand zwemt. Probeer de afstand zo klein mogelijk te houden, zonder je voorganger telkens op zijn tenen te tikken, dat scheelt zo 4-8% van de inspanning. En: je hoeft niet zelf te navigeren (maar check wel af en toe of je voorganger nog wel op koers ligt).
  • de start is altijd hectisch, het kan geen kwaad om de kat uit de boom te kijken en in de tweede of derde rij te starten, dat scheelt in het slechtste geval weer een paar blauwe plekken.
  • spring je voor de start van een boot af, bijvoorbeeld in Renkum, houd dan je zwembrilletje vast, die vind je anders niet meer terug.
  • bij een start vanaf de kant/strand is het goed om te controleren waar je door heen gaat lopen: liggen er stenen die je liever vermijdt, wanneer wordt het dieper. En misschien op YouTube gezien: als het langzaam dieper wordt, kun je op een gegeven moment gaan ‘dolfijnen’ (dat kan trouwens terug ook), dan houd je de vaart erin.
  • en als je uit het water komt: weet hoe je moet lopen, want de overgang van liggen in het water naar rennen op de kant kan soms wat onwennig voelen. En vergeet niet een startnummerband, dat komt de snelheid van het wisselen ten goede.

Het MTB-en:

  • fietsen is in elk geval gewoon trappen, maar bij crosstriatlon komt daar een dimensie bij, namelijk de techniek. En dat vraagt oefenen: door het mulle zand, op steile klimmetjes en afdalingen, door modder, over gravel, etc. Voor elke ondergrond en weersomstandigheid zijn tips te geven. We komen daar verderop op terug, dat wordt nog een hele opsomming. Maar het begint bij oefenen in de specifieke situatie.
  • MTB-en staat ook garant voor verrassingen: je kan over het algemeen niet ver voor je uitkijken. Wat zou er na de volgende bocht komen? De beste voorbereiding is een parcoursverkenning, die soms door de organisatie wordt georganiseerd, zoals in Renkum en Xterra België. Maar vaak ook door CrossTriNL. Het gaat bij de verkenning vaak om die paar plekken die extra aandacht vragen: oefen ze een paar keer tijdens de parcoursverkenning. En als het niet comfortabel voelt: stap af en loop een stukje.
  • als je van de wegtriathlon komt, weet je dat stayeren vaak niet toegestaan is. Bij crosstriatlon mag dat wel, maar let wel op: mannen en vrouwen mogen bij NTB-wedstrijden niet bij elkaar stayeren. Bij andere wedstrijden moet je dat nakijken in de regels.
  • we schreven het al: fietsen is gewoon trappen, maar bij de crosstriatlon heb je een groot voordeel boven de wegtriatlon: je kunt vaak even uitrusten. Uitrusten, dat klinkt natuurlijk ideaal? Denk aan een bochtig parcours, waar het vooral op techniek en niet op kracht aan komt, aan een afdaling waar bijtrappen geen zin heeft, etc. Onze tip: benut die tijd om de spanning even van je benen af te halen.
  • inhalen kan soms een hele kunst zijn. Zeker op single tracks. Dat vraagt wat van jou en van degene die inhaalt of ingehaald wordt. Geef elkaar de ruimte waar dat kan.
  • En als laatste: altijd goed om proviand bij je te hebben. Plak wat gelletjes op je frame met duct tape (in de volksmond ‘duck tape’) en zorg voor sportdrank in je bidon. Ook hier goed om te oefenen met voeding tijdens stevige inspanning.

En als laatste de tips voor het lopen:

  • ook hier geldt weer: een parcoursverkenning is altijd handig, dan weet je wat je kunt verwachten. Lopen is verder ook opletten. Je hebt geen mooi asfalttapijt voor je, maar een onverhard parcours over bochtige paadjes, met kuilen, soms te steil om te rennen. Belangrijkste is dat je knieën en enkels gewoon nog heel zijn bij de finish. Ook als je een keertje wat langer achter een andere atleet moet lopen op een single track.
  • door de variatie in het parcours zul je moeten doseren: waar kan ik vaart maken en waar moet ik het even wat rustiger aan doen. Een steile klim kun je vol op gaan, maar met verzuurde benen is het daarna lastig tempo maken.
  • ook bij het lopen kun je weer uitrusten als het parcours heuvelachtig is: in tempo naar boven, naar beneden met lange passen en op souplesse.
  • En eentje die we hierboven vergeten zijn, maar die met lopen misschien wel het beste kan: geniet van de omgeving waar je in loopt. Vaak worden crosstriatlons georganiseerd in mooie natuurgebieden. Geniet ervan! En als je gelletjes o.i.d. bij je hebt: neem ze mee naar de transitie- of verzorgingszone. Die horen niet in de natuur.

5. MTB-tips: hoe ga je om met de omstandigheden?

Ja, de omstandigheden, daar kun je eindeloos over doorpraten. Zeker bij de crosstriatlon verschilt het of het dagenlang geregend heeft of juist superdroog en heet is. De verleiding is om in de aanloop eindeloos op Buienradar te kijken. Ook hier geldt weer: om je comfortabel te voelen, oefen gewoon in de verschillende omstandigheden, dan hebben ze geen geheimen meer voor je. En als het echt te gek wordt, dan zorgt de organisatie voor veilige omstandigheden. Dan wordt bijvoorbeeld een crosstriatlon bij hoge golven of een grote stroomsnelheid gewoon omgezet in een crossduatlon.

De MTB-tips:

  • in mul zand zoekt je voorwiel zijn eigen weg, en dat is ook goed. Stuur een beetje mee, maar niet te veel, want dat sta je snel stil. En zoek de sporen waar je voorgangers al hebben gereden. Als het parcours vooral zand is, komen strandbanden goed van pas: bijna geen profiel. Hoe minder druk hoe beter, maar zeker met binnenbanden geldt: laat de druk niet onder de 1,0 bar komen, anders heb je grote kans op een stootlek.
  • in modder komt het vooral aan op je bandenprofiel, en natuurlijk stuurmanskunst. Iets meer en grotere noppen kunnen helpen om meer grip te hebben, maar bedenk ook dat bij bijvoorbeeld stevige klei meer profiel ook betekent meer modder op je banden. In het slechtste geval worden je wielen zo zwaar en het kleipakket zo dik, dat je stil komt te staan.
  • over rotsen en keien MTB-en is toch wel een vak apart: een beetje keien kan natuurlijk wel, daar rollen je banden zo overheen. Maar wordt het wat meer, dan is een parcoursverkenning een must. Zelfde geldt trouwens voor trappetjes, overschat jezelf niet, voordat je het weet vlieg je over je stuur.
  • en als laatste klimmetjes en afdalingen. Voor de klimmetjes: hoe steiler ze worden, hoe meer je naar voren zult moeten leunen: op het puntje van je zadel. En voor de afdalingen geldt eigenlijk het omgekeerde: schuif naar achteren, hang zelfs achter je zadel. Ben je dit niet gewend of doe je het voor het eerst: vraag dan iemand met meer ervaringen om een keer te oefenen. Of boek een clinic.

6. Wat zijn dat eigenlijk, crossatleten?

Crossatleten kijken uit naar wedstrijden bij aangename temperaturen en een zonnetje, maar zijn niet bang voor regen, modder en hoogtemeters. Ze trainen als ‘gewone’ triatleten, met of zonder schema, met of zonder doel. Maar ze zitten wat vaker op de mountainbike of zijn te vinden op onverharde loopparcoursen. Een mooie doorsnede van crosstriatleten vind je op www.crosstri.nl/team. Wat maakt nu een triatleet een cross-triatleet? Je ziet vaak het volgende: cross-triatleten zijn relaxed. Ze kunnen serieus bezig zijn met hun sport, maar houden ook van gezelligheid, van een ongedwongen sfeer.

En cross-triatleten houden van afwisseling, van de combinatie van snelheid en techniek, van de verschillende ondergronden en omstandigheden, ook al is een crosstriatlon in de zon bij 20 graden natuurlijk ideaal.

7. De volgende stap: Een crosstriatlon in het buitenland.

Je bent er klaar voor: een eerste crosstriatlon in het buitenland. Misschien de Xterra België in Namen, altijd in de eerste helft van juni? Of naar de Eifel in Duitsland, de VULKAN-cross-Triathlon Schalkenmehren aan het eind van juli. Genoeg keuze, kijk bijvoorbeeld op de website van CrossTriNL: https://crosstri.nl/crosstrinl-kalender/. Met het wereldwijde Xterra-circuit heb je eigenlijk op alle continenten een keuze. Natuurlijk blijft alles wat we eerder hebben geschreven belangrijk, maar een paar punten lichten we eruit:

  • de parcoursverkenning: onontbeerlijk voor buitenlandse wedstrijden. De meeste landen zijn niet zo vlak als Nederland en dat betekent meer verrassingen en uitdagingen. Neem de tijd: kom een paar dagen van tevoren aan en verken het parcours, oefen moeilijke stukken een paar keer.
  • ken jezelf en denk aan de quote die aan Pippi Langkous wordt toegeschreven (maar dat niet is). Met: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”, kom je er in het buitenland niet. Wees voorzichtig en overschat jezelf niet. Ook niet als je anderen moeiteloos de ene drop na de andere ziet nemen. Er komt meer (techniek) bij kijken dan je denkt. Een goeie clinic gaat helpen. En trainen met anderen, bijvoorbeeld de Tri-Xperiences van CrossTriNL: https://crosstri.nl/over-tri-xperience/. Volgend jaar worden die weer georganiseerd in de aanloop naar het wedstrijdseizoen.
  • samen reizen en verblijven: reis samen, goed voor de gezelligheid, voor de kosten en het klimaat. Er zijn steeds meer Nederlandse atleten die in het buitenland meedoen. Bekende wedstrijden met Nederlanders zijn: Xterra Greece, Xterra Belgium en Xterra Germany. En natuurlijk de EK en WK wedstrijden van World Triathlon. Dat zijn vaak laagdrempelige wedstrijden die niet het uiterste van je nieuwe skills zullen vragen. Inschrijven via de NTB. Dit jaar in Portugal (EK) en Australië (WK).

Ben je nieuw in de crosstriatlon, spreek tijdens wedstrijddag gewoon andere crossatleten aan, bijvoorbeeld degenen in het CrossTriNL-team. Crossatleten stellen altijd een praatje op prijs. Veel plezier en succes!

Met dank aan Mark Waaijenberg voor het opstellen van dit artikel.